Een cluster, een voedingsbodem voor samenwerkingen

Tijdens de jaarlijkse enquête aan het begin van het jaar hebben een tiental aangesloten bedrijven de tijd genomen om hun verwachtingen te delen. We willen hen hier graag voor bedanken. Deze enquête heeft ons bovendien de mogelijkheid gegeven om de intensiteit van de samenwerkingen binnen de cluster te meten en, vooral om een mooi voorbeeld ervan te laten zien.

Achter de cijfers schuilen vooral verhalen van ontmoetingen, complementariteit en projecten die tot leven komen. Dit is er eentje van.

Een ecosysteem dat wisselwerkingen bevordert

De cluster is een vruchtbare bodem voor samenwerkingen. Sommige bedrijven vormen er echte waardeketens, van het inkopen van materialen tot het maken van eindproducten.

Ondernemers delen er dezelfde visie: een activiteit ontwikkelen die goed is voor de mens en de planeet. Deze nabijheid creëert kansen. Vaardigheden vullen elkaar aan, expertise wordt gebundeld en er ontstaan totaaloplossingen om aan de behoeften van klanten te voldoen.

De samenwerkingen nemen allerlei vormen aan. Ze komen tot uiting in interieurinrichting, zoals we verderop zullen zien, maar ook in de textielsector en andere sectoren waar activiteiten elkaar kunnen versterken.

De cijfers spreken voor zich. Onder de respondenten van de enquête spelen sommige spelers een centrale rol in dit ecosysteem. Impact Furniture van Oxfam heeft bijvoorbeeld 38 samenwerkingen binnen de cluster, terwijl Rotor DC er 30 telt. Hun positie als leveranciers van materialen verklaart deels deze sterke verbondenheid.

Andere bedrijven zijn eveneens actief in samenwerkingsverbanden. Regglo en Studio Hier hebben elk veertien samenwerkingen binnen de cluster. Recentere of kleinere organisaties, zoals Sugg of Iso Fabric, hebben logischerwijs minder samenwerkingen met respectievelijk vijf en drie samenwerkingen.

Los van de statistieken blijft één vraag over : hoe zien die samenwerkingen er concreet uit ?

Zin geven aan je keuzes

“We kregen de vraag om meubilair op maat te maken voor de renovatie van het nieuwe gebouw van het bedrijf Composil”, vertelt Timothy Doig, medeoprichter van Regglo.

Alles begint met een gebouw.

In 2024 kocht Composil nieuwe bedrijfsruimtes om zijn groeiende activiteiten rond hergebruikte tapijten te ondersteunen. Al snel wil het bedrijf van deze plek een voorbeeld bij uitstek maken van de circulaire economie.

“Met deze verhuizing wilden we laten zien dat hergebruik mooi en kwalitatief hoogstaand kan zijn”, aldus Pierrick Martin, Managing Director van Composil.

Om die ambitie waar te maken deed het bedrijf een beroep op Regglo voor het ontwerp van meubilair op maat.

Het project groeide langzaam uit tot meer dan alleen het inrichten van kantoren. De ruimtes veranderden in een echte hub voor de circulaire economie, een plek waar verschillende leden van de cluster hun steentje gaan bijdragen.

Een samenspel van vakmanschap

Dankzij de sterke wil van de opdrachtgever, samen met de keuze voor interieurarchitecten die zich inzetten voor milieuvriendelijke inrichting (Wah Wah design), konden de ruimtes volgens de principes van de circulaire economie worden vormgegeven. Hergebruik stond hierbij centraal, ondersteund door een sober en tijdloos ontwerp.

Meerdere leden van de cluster hebben hun steentje bijgedragen aan het project. Onder leiding van het architectenbureau maakte Regglo niet alleen verschillende tafels op maat maar ook lockers en banken voor een conferentiezaal. Achter die realisaties gaan tal van samenwerkingen schuil.

De materialen kwamen van scheidingswanden voor kantoren, gerecycled door BatiTerre, en CLT-overschotten, aangeleverd door Circular CLT. In sommige tafels werd ook gerecycled plastic van Bel Albatros gebruikt.

In een tweede fase zorgde Regglo voor de banken op maat in de coworkingruimte. Design with Sense nam de tafels voor zijn rekening. En Duplex zorgde voor de stoelen. Elk bedrijf nam een stukje voor zijn rekening.

Een echt samenspel tussen de leden van de cluster.

Het resultaat voldoet volledig aan de oorspronkelijke ambitie. De witte panelen, gerecycled door BatiTerre, zorgen voor een sobere en tijdloze uitstraling die minder gevoelig is voor modetrends. Een waardevolle eigenschap als je de inrichting zolang mogelijk wilt laten meegaan. De neutrale tinten, een mix van wit en hout, laten de hergebruikte tapijten van Composil trouwens extra goed tot hun recht komen.

Wanneer beperkingen kansen worden

Het hergebruik van materialen roept soms wat vooroordelen op. Het eerste betreft de kosten.

Belangrijk om weten is dat het materiaal vaak maar een klein deel van het budget uitmaakt in maatprojecten. Arbeidskrachten blijven de grootste uitgavenpost. Het gebruik van hergebruikte materialen leidt dus niet per se tot extra kosten.

Een andere uitdaging is de beschikbaarheid van materialen. Afmetingen, kleuren of hoeveelheden hangen af van wat er bij sloopwerven wordt teruggewonnen.

Maar ook hier laat het project zien dat er een andere aanpak mogelijk is.

“Er is geen probleem als je samenwerkt met interieurarchitecten die hergebruik vooropstellen. Je vindt makkelijk oplossingen. Het probleem bestaat eigenlijk niet: het is gewoon iets waar je rekening mee moet houden“, vat Timothy Doig samen.

Voor dit projecten moesten sommige tafels oorspronkelijk 1,20 meter breed zijn. De beschikbare panelen waren echter slechts één meter breed. Het ontwerp werd aangepast. De beperking werd een oplossing.

Het effect van de cluster

Het geeft veel voldoening om aan dit soort projecten te werken omdat er een echte wisselwerking tussen collega’s is. “De opdrachtgever is trots dat hij hergebruik in zijn project kan integreren. De fabrikanten zijn blij dat hun werk gewaardeerd wordt“, benadrukt Timothy Doig.

Deze dynamiek laat zien wat de kracht van een cluster is: een gemeenschappelijke visie, wederzijds vertrouwen waardoor je in een ontspannen sfeer kunt werken, en de wil om samen te slagen. De communicatie verloopt soepel, oplossingen ontstaan in overleg en iedereen draagt bij aan de groei van het project, wat zorgt voor ideale werkomstandigheden.

Wat begon als een klant-leverancierrelatie is geleidelijk uitgegroeid tot een echt partnerschap. Zozeer zelfs dat er nu, bij het gebruik van de ruimtes, altijd een presentatie wordt gegeven over de filosofie achter de inrichting en de partners die het project mogelijk hebben gemaakt. Een concrete manier om te laten zien dat de circulaire economie vooral door samenwerkingen tot stand komt.