Hoe kunnen we meer circulaire projecten helpen doorgroeien van een prototype naar een onderneming die écht schaal kan maken? En hoe creëren we een omgeving waarin circulaire innovatie niet alleen wenselijk, maar ook economisch haalbaar wordt?
Met deze vragen in het achterhoofd trokken de teams van BEARTH en Greenlab voor een tweedaagse studiereis naar Rotterdam en Amsterdam. Dankzij de steun van het Europees FEDER-programma en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest gingen ze er in gesprek met toonaangevende spelers uit de Nederlandse circulaire economie.
Het doel? Leren van succesvolle voorbeelden, onze aanpak toetsen en concrete pistes identificeren om circulaire ondernemers in Brussel beter te ondersteunen.
De uitdaging: circulaire startups laten doorgroeien
Een circulair project opstarten is één ding. Het uitbouwen tot een onderneming die kan produceren, verkopen en groeien is iets anders.
Dat geldt in het bijzonder voor productiegerichte innovaties, zoals nieuwe materialen, biotech, foodtech of circulaire industriële oplossingen. Deze ondernemingen hebben vaak aanzienlijke financieringsnoden, langere ontwikkelingscycli en hogere technische risico’s.
In Rotterdam ondersteunt accelerator Tekkoo precies deze kritieke fase tussen prototype en industrialisatie. Hun aanpak is helder: startups helpen hun technologisch risico vroegtijdig te verkleinen, zodat ze aantrekkelijker worden voor investeerders.
De conclusie is duidelijk: zonder aangepaste ondersteuning blijven veel veelbelovende projecten steken in de bekende valley of death tussen innovatie en marktintroductie.
Het belang van plekken (en ecosystemen)
In BlueCity, een voormalig zwembad dat werd omgevormd tot circulaire innovatiehub, beschikken ondernemers over laboratoria, prototypingfaciliteiten en een omgeving waar expertise, partnerschappen en opportuniteiten elkaar vanzelf vinden.
Dergelijke plekken spelen een cruciale rol. Ze verlagen de drempel voor experimentatie en versnellen waardevolle ontmoetingen.
Maar infrastructuur alleen volstaat niet.
Wat vooral opvalt, is de sterke verwevenheid tussen ondernemers, investeerders, universiteiten, industrie en overheden. Het ecosysteem wordt niet gezien als een verzameling losse spelers, maar als een gecoördineerd geheel.

Légende : BlueCity, een toonaangevende hub voor circulaire economie in Rotterdam, gevestigd in een voormalig recreatiezwembad.
In Amsterdam: denken in waardeketens in plaats van individuele startups
Misschien wel de belangrijkste les uit Amsterdam is deze: een circulaire startup slaagt nooit alleen.
De aanpak van Amsterdam Circular vertrekt vanuit een eenvoudige vaststelling. In een circulaire economie hangt het succes van een onderneming vaak af van haar volledige waardeketen. Leveranciers, logistieke partners, klanten, herstel- en refurbishingspelers, financiers… Als één schakel ontbreekt, komt het model onder druk te staan.
Daarom ondersteunt Amsterdam niet alleen individuele startups, maar werkt het actief aan zogenaamde “minimum viable ecosystems”: waardeketens die voldoende ontwikkeld zijn om circulaire businessmodellen financieel haalbaar te maken.
Dat verandert de logica van ondersteuning fundamenteel. Het gaat niet langer enkel om beter pitchen of kapitaal ophalen, maar ook om het vinden van partners, het creëren van commerciële engagementen en het verminderen van het risico dat investeerders ervaren.

Légende : Het AMS Institute, opgericht door MIT, Wageningen University en TU Delft en gefinancierd door de stad Amsterdam, huisvest de accelerator Amsterdam Circular.
Een stad die meer doet dan aanmoedigen
Een ander opvallend verschil is de actieve rol van de stad Amsterdam. De gemeente beperkt zich niet tot een ondersteunende rol, maar treedt op als een structurerende speler binnen het ecosysteem.
Dat gebeurt via verschillende hefbomen: financiering, begeleiding van kmo’s, regelgevende ondersteuning, toegang tot ruimte en het creëren van zichtbaarheid. Maar vooral ook door vraag te creëren.
Zo gebruikt de stad haar openbare aankopen en evenementen als testomgeving voor circulaire oplossingen. Het doel is niet enkel het aanbod te ondersteunen, maar ook actief markten te creëren.
Een pragmatische, systemische en uitgesproken economische aanpak.
Bewijzen dat het model werkt
Achter deze strategie schuilen concrete bedrijven.
Zoals Paebbl, dat koolstofarme bouwmaterialen ontwikkelt op basis van afgevangen CO₂.
Of NoPalm Ingredients, dat circulaire alternatieven voor palmolie produceert via gefermenteerde biomassa.
Ambitieuze, industriële en complexe projecten die aantonen dat dergelijke innovaties ook in Europa succesvol kunnen groeien.
Welke lessen voor Brussel ?
Brussel is Rotterdam niet. En ook Amsterdam niet.
Toch bevestigt deze studiereis enkele belangrijke inzichten. Circulaire ondernemers hebben nood aan meer dan klassiek businessadvies. Infrastructuur maakt een verschil. En vooral: circulaire modellen groeien sneller wanneer men denkt in ecosystemen en waardeketens, in plaats van in geïsoleerde ondernemingen.
Want als circulariteit een ecologische ambitie is, moet ze ook uitgroeien tot een volwaardig economisch project.
![]()


