Tijdens een recente presentatie aan de Circlemade Advisory Board deelde Aushim Koumar, oprichter van Konligo, de concrete uitdagingen van een industrieel bedrijf dat bewust voor impact heeft gekozen – zowel op milieugebied als sociaal – zonder dit als marketingargument te gebruiken.
Een model rond duurzaamheid opgebouwd
Konligo ontwikkelt evenementenstructuren op basis van schaarconstructietechnologie : compact, verplaatsbaar, robuust en ontworpen om te worden gerepareerd in plaats van vervangen. Het bedrijf gebruikt ongeveer 80 % gerecycled aluminium, dat deels uit België afkomstig is, en besteedt de assemblage uit aan maatwerkbedrijven – een keuze die een sociale dimensie rechtstreeks in de productieketen verankert.
Konligo richtte zich aanvankelijk op verhuur, maar legt zich nu toe op de verkoop via internationale distributeurs die in een tiental landen actief zijn en die zelf lokaal verhuurdiensten aanbieden. Het bedrijf heeft onlangs een meer betaalbaar “light”-product van ongeveer 2.000 euro op de markt gebracht om te concurreren met partytenten en lichte constructies op de evenementenmarkt – zonder daarbij af te zien van zijn streven naar duurzaamheid.
Het financieringsprobleem
Konligo is winstgevend, maar heeft geen bedrijfsmodel dat exponentiële groei belooft. Het bedrijf kent een stabiele en gecontroleerde groeicurve van ongeveer 20% per jaar. Toch blijkt het structureel lastig om kapitaal aan te trekken ter ondersteuning van de ontwikkeling.
Aushim vertelt: “Traditionele investeerders zijn op zoek naar snelle groei en hoge rendementen, wat moeilijk te verenigen is met een lokaal verankerd bedrijfsmodel. Impactfondsen verwachten op hun beurt een schaalbare impact, iets wat niet eenvoudig te realiseren is met een nichemodel als Konligo, dat steunt op maatwerkbedrijven, die per definitie regionaal gebonden zijn. ” Crowdfunding, waar in het verleden al gebruik van is gemaakt, blijft qua omvang beperkt. En sommige publieke of semi-publieke spelers geven de voorkeur aan schuld boven kapitaal, omdat het exitpotentieel op korte termijn onvoldoende wordt geacht.
Het resultaat : een gezond, samenhangend en groeiend bedrijf dat in geen enkel hokje past.
Geen onbelangrijke beslissingen
Om de financiële aantrekkelijkheid te vergroten, zijn er verschillende opties. Een deel van de productie verplaatsen en daarmee het oproep voor maatwerkbedrijven te verminderen of elimineren. Overstappen op nieuw aluminium, dat goedkoper is. Minder duurzame producten ontwikkelen om vervanging te stimuleren.
Elk van deze instrumenten zou een reëel effect hebben op de marges of volumes. Elk zou bovendien concreet de samenhang van het model ondermijnen.
Overleg met de Board
Uit de gesprekken met de leden van de Board kwamen nogal uiteenlopende standpunten naar voren. Sommigen pleiten voor een pragmatische aanpak : op korte termijn compromissen sluiten om kapitaal aan te trekken, en dat vervolgens weer investeren in praktijken die beter aansluiten bij onze waarden. Anderen stellen de vraag anders : hechten klanten echt waarde aan deze keuzes, of gaat het vooral om een interne overtuiging die de markt nog niet beloont ?
Wat de financiering betreft, worden verschillende mogelijkheden onderzocht : samenwerken met industriële partners uit de sector, langetermijnfinanciering door particuliere investeerders via family offices verkennen, ons richten op overheidsopdrachten waarbij criteria op het gebied van sociale impact expliciet worden gewaardeerd, of inzetten op geleidelijke zelffinanciering. Ook de kwestie van automatisering is aan de orde gekomen – als potentiële hefboom om de marges te verbeteren zonder de maatwerkbedrijven noodzakelijkerwijs uit de keten te sluiten.
Op weg naar een geschikte oplossing?
Er is geen voor de hand liggende oplossing. Konligo bevindt zich in een tussenpositie – noch een startup, noch een volwaardige KMO – met een model dat bestaande financieringsbronnen moeilijk kunnen begrijpen op basis van hun criteria.
Dit geval roept een vraag op die veel verder reikt dan Konligo : hoe begeleiden we impactvolle industriële bedrijven die economische levensvatbaarheid, lokale verankering en maatschappelijke betrokkenheid willen combineren, zonder te vervallen in een logica van exponentiële groei ?
Nu Europa het belang herontdekt van het behoud van lokale industriële capaciteit – die minder kwetsbaar is voor geopolitieke onzekerheden en minder afhankelijk is van kwetsbare toeleveringsketens – belichamen bedrijven als Konligo precies datgene wat een beleid voor duurzame industrialisering zou moeten trachten te behouden. Ze combineren lokale expertise, korte ketens, de circulaire economie en een sociale impact die diep geworteld is in de regio. Ze vragen niet om gesubsidieerde groei : ze vragen om financieringsinstrumenten die aansluiten bij wat ze zijn.
Misschien is dit wel een concrete uitdaging voor de Brusselse overheidsinstanties : niet het creëren van nieuwe keurmerken, maar zich afvragen of de beschikbare instrumenten wel echt zijn afgestemd op deze modellen – en zo niet, waarom niet.
Meer informatie over Konligo : https://www.konligo.com/


